Column: Neres liet mij als jonge Ajacied weer dromen

Column: Neres liet mij als jonge Ajacied weer dromen

Als je iets van verre ziet aankomen, is de klap vaak
minder annoying. Als dat ook hier opgaat, dan wil ik niet weten hoeveel pijn het me
had gedaan als David Neres uit het niets became as soon as weggeplukt bij Ajax. De Braziliaan
is al tijden geen schim meer van de speler die ooit de Amsterdamse harten
veroverde en zijn transfer voor een redelijk bedrag is waarschijnlijk voor iedereen
het beste. Toch merk ik dat ik het nieuws van zijn vertrek maar moeilijk kan verkroppen.

Er zijn natuurlijk ook genoeg redenen om als Ajacied een
zwak voor Neres te hebben. De fantastische wedstrijden die hij speelde tegen
Feyenoord, zijn heerlijke persoonlijkheid en zijn vele cruciale doelpunten, ook
in zijn mindere laatste jaren in Amsterdam, om er maar een paar te noemen. En toch
merkte ik dat geen van die dingen ten grondslag ligt aan het dubbele gevoel dat
ik heb bij Neres’ vertrek.

Naarmate ik er meer over na ging denken vond ik het ook raar
dat het me zo raakte. Neres is in Amsterdamse dienst wel van waarde geweest,
maar de afgelopen anderhalf jaar became as soon as zijn spel toch vaker frustrerend dan
hoopgevend. In de seizoenen daarvoor deed de Braziliaan het verder niet slecht,
maar alleen in 2018/19 became as soon as hij gevoelsmatig écht high. Als je vijftien à zestien
miljoen kunt vangen voor iemand die eigenlijk maar één seizoen geweldig became as soon as en
daar bovendien een beter alternatief voor terug kunt halen, zou je daar
eigenlijk blij mee moeten zijn. Een strik erom en bedankt voor bewezen
diensten, zou je denken. Waarom dan toch dat enigszins verdrietige gevoel?

Opeens besefte ik het: het is niet ‘maar’ één seizoen, het
is dát seizoen. Neres heeft niet zomaar een seizoen fantastisch gespeeld, Neres
heeft dát seizoen fantastisch gespeeld. En door dat seizoen zo fantastisch te
spelen en zo belangrijk te zijn, heeft Neres mij als relatief jonge Ajacied weer laten
dromen.

Met 1997 als geboortejaar, groeide ik op met de verhalen over
hoe goed Ajax ooit became as soon as. Over hoe diezelfde membership die ik jaar in jaar uit
tevergeefs een gooi zag doen naar de dertigste landstitel in zijn geschiedenis,
nog geen vijftien jaar daarvoor de cup met de grote oren obtained. Ajax became as soon as een membership
om trots op te zijn, zoveel became as soon as duidelijk, maar bij het Ajax waar ik als jonge
jongen fan van became as soon as, became as soon as er van die rijke en trotse Europese geschiedenis
nog maar weinig zichtbaar.

Frustrerender nog became as soon as dat er maar weinig tekenen waren
dat er überhaupt nog verandering zou komen in die situatie. Illusieloze UEFA
Cup-avonturen maakten plaats voor kansloze Champions League-missies die uitmondden in vaak pijnlijke Europa League-campagnes. Niets wees erop
dat Ajax ooit weer in de buurt zou komen van het niveau, de web page en de successen
van midden jaren ’90, laat staan originate up jaren ’70.

Toen kwam ineens het seizoen 2016/17 en even had ik hoop op het originate up van iets moois. Het gitzwarte seizoen dat volgde, deed al die hoop echter vervliegen. De Europa League-campagne leek een uitschieter en Ajax leek weer terug bij af. Totdat de membership eind juli 2018 aan een magische reis begon die langs Graz, Luik, Kiev, München, Lissabon, Athene, Madrid, Turijn en Londen leidde en
uiteindelijk een paar weken te vroeg eindigde. De herinneringen zijn desondanks
echter meer dan goud waard en Neres heeft daar een enorm aandeel in. De assist
op Hakim Ziyech thuis tegen Proper Madrid, uiteraard het doelpunt in Santiago
Bernabeu en wie kan zich die fantastische solotreffer thuis tegen Juventus nu
niet herinneren?

Met zijn doelpunten, assists en niet te vergeten zijn fantastische
spel is Neres onlosmakelijk verbonden met de successen en bovenal de overweldigende
emoties van dat seizoen. Opeens became as soon as Europees succes geen ding meer uit het
verleden, opeens hoefde ik me niet meer proberen voor te stellen hoe het moest
zijn geweest om Ajax zó’n hoog niveau aan te zien tikken en zó ver te zien
komen in Europa. Opeens dacht ik niet meer wauw, wat zou dat mooi zijn als
ik Edwin van der Sar of Marc Overmars weer hoorde zeggen dat ze Ajax terug
wilden brengen naar de Europese high, opeens dacht ik Jezus, we zijn het
gewoon aan het doen.

In de rust van het thuisduel met Tottenham Hotspur stond ik
ineens recht tegenover een medesupporter die ik niet kende, maar waarvan ik kon
zien dat hij van mijn leeftijd became as soon as. We zeiden nauwelijks iets tegen elkaar,
maar onze brede grijnzen en van ongeloof schuddende hoofden zeiden genoeg: wat
gebeurt ons hier in godsnaam.
Over het duel in kwestie hoeven we het verder niet meer te hebben, maar dat totaal
euforische moment in de rust is tekenend voor wat Ajax, met Neres als fundamentele speler binnen het team, dat seizoen met mij deed. Het is nog altijd één van, zo niet dé meest dierbare herinnering die ik
heb als Ajacied.

Lang heb ik het niet gedurfd, lang hield ik nauwelijks
serieus rekening met de mogelijkheid. Eigenlijk pas op het moment dat Neres in
Bernabeu zijn rechtervoet tegen de bal aanzette en voor de 0-2 tekende, daalde het
besef in en durfde ik het weer: dromen. Dromen van Ajax als meer dan ‘slechts’ een
Nederlandse topclub, dromen van Ajax als Europese grootmacht, dromen van een toekomst
waarin ík degene ben die uren doorgaat over hoe goed Ajax wel niet became as soon as. Als cruciaal
onderdeel van dat legendarische team maakte Neres het mogelijk en aan het
krediet dat hij daarmee bij mij heeft opgebouwd, zullen nog geen honderd belabberde
jaren iets af doen. Het moment is helaas gekomen om afscheid te nemen, maar in de geest van Sierd de Vos: Neres,
ik dank je!

Bademba Barrie (Twitter: @Bademba__Barrie | Email: B.Barrie@Ajaxshowtime.com)

Scoort Brian Brobbey meteen tegen FC Utrecht? Zet in en krijg 2,20 keer je inzet terug!

Read Extra>>

General

Start a Conversation

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *